WWW.ERIKCLEIJNE.NL

         
   

May 6, 2010

   
         
   

Ergens ben ik het allemaal kwijtgeraakt. Ik tik een stuk tekst. Het boeit me niet meer. Er was een tijd. Een tijd waarin ik van alles schreef en het volslagen boeiend vond. Het was allemaal natuurlijk, en het ging allemaal vanzelf. Een avond, ladderzat, emotioneel kwam ik thuis, en binnen vijf minuten stond er wat. Het sloeg aan. Maar nu, zoals dit, ik heb geen idee. Er komt niks. Er is niks, louter frustratie. Ieder facet van mijn leven verdient momenteel louter frustratie. Mijn hersenen schreeuwen om met rust gelaten te worden. Er is geen soelaas. No rest for the wicked, en zelfs dat ben ik niet. Ik zou graag willen. Dan had ik een excuus om gefrustreerd te zijn, maar in feite is dat er niet. 

Ik ben 29 jaar oud. Ik heb een kalend hoofd, en word stilletjes aan dikker. Ik sport graag. Niets liever, maar een gare rechterknie verhindert het. Een ontstoken patellapees. Chronisch. Twee operaties heb ik gehad, en zelfs de eerste was overbodig. Vannacht lag ik er wakker van. Hoe heb ik in kunnen stemmen met zoiets? Wanhoop? De vrees dat ik nooit meer fatsoenlijk zou kunnen rennen? Die vrees wordt bewaarheid, na twee keer snijden. Het zit altijd in mijn hoofd. Dat ding doet altijd pijn, en na mijn tweede operatie ben ik krommer gaan lopen. De neiging om altijd linksaf te gaan zou het politiek goed doen. Misschien.

Alles wat mij een goed gevoel over mezelf geeft is aan het verdwijnen. Ik kan het niet verkroppen dat ik tien jaar geleden dertig kilometer hard kon rennen zonder moeite, en dat mijn knie nu na vijf kilometer een dag pijn doet. Ik kan het niet verkroppen dat ik acht jaar geleden zonder nadenken absurd veel tijd stak in een filmpje, of een stuk tekst, en dat het nu niet meer wil komen. De zin ontbreekt om er moeite in te stoppen. Ik was altijd vrolijk, lachte constant. Deed dingen. Wandelde uren aan een stuk naar nergens en raakte verdwaald. Ergens ben ik dat allemaal kwijtgeraakt. 

Vanavond hoorde ik een gesprek aan tussen een paar vrienden over wat hun studie allemaal voor kansloos was. In feite kwam het erop neer dat je geen goede baan krijgt als je geschiedenis hebt gedaan, want het is Letteren, en, tja. Veel GSV-incrowd vrienden binnen dezelfde opleiding zijn goed bezig. Die hebben jaren geleden al een begin gemaakt met een leven na hun studie. Klein beginnen. Stage lopen, en daar een baan aan proberen over te houden. Het leven is niet gratis, en een droombaan krijg je niet zomaar. Als het niet lukt, dan heb je wat contacten, en daar kun je wat mee. Aan oeverloos gezeik over wat een studie allemaal niet heeft opgeleverd heeft niemand wat. 

Mijn studie heeft me meer opgeleverd dan ik gedacht had, en deze alinea kan niet anders dan ontaarden in een zwaktebod aangaande datgene wat ik nu aan voorbeelden te berde ga brengen. Onleesbare zinnen formuleren is er één van. Maatschappijkritisch denken is nummer twee. Ontwikkelen als persoon! Maar hoe dan? Of had ik dan niet hoeven studeren en simpel ouder moeten worden? Ik kan scherper nadenken, grote stukken schrijven, overtuigen. Als het moet kan ik nuancerend zijn, maar dat is meestal geen zak aan, tenzij je interessant wil doen, maar dat doe ik liever als iets me echt boeit. Wat schoonfamilie vindt kan me gestolen worden. Ik vind het leuker om direct te beginnen met een controversieel onderwerp. Of ik voel me goed en ben aardig, en poog mensen iets bij te brengen, voor zover ik dat kan. 

Mijn naam is Erik Cleijne, en ik nader het eind van mijn studie. Mijn eindscriptie staat in de steigers, en ik hoop deze maand klaar te zijn. Ik heb nimmer verwacht dat mijn studie mij een baan op zou kunnen leveren. Ik had ook nimmer verwacht iets als datgene waar ik nu mee bezig ben te kunnen doen, dat ik daar slim genoeg voor zou zijn. Ik was stomverbaasd toen ze mij op het VWO wilde hebben. ‘Je kunt ook VWO doen, hoor, maar dat is wel moeilijk.’ Voor een MAVO-klant die na drie jaar om ‘wangedrag’ van het MBO is getrapt (maar stiekem misschien ook omdat ze me tegen mezelf wilden beschermen), heb ik het best goed voor elkaar. 

Wat niet wegneemt dat ik altijd een afgrijselijke rothekel aan school heb gehad. Huiswerk heb ik nooit begrepen. Sommen maken terwijl je ook buiten rond kon rennen of een toneelvoorstelling kon geven in de klas, of een leuk verhaal kon schrijven of kon tekenen. Mensen die zeiden dat wiskunde wel heel belangrijk was, ook al ging ik huilen omdat ik het niet begreep en het niet wilde kunnen. “Je moet je huiswerk maken!” Zei mijn groep 8-leraar tegen mijn betraande ogen. Jankend thuiskomen omdat ik geen antwoord wilde geven op vragen als ‘Waar ligt de bloembollenstreek?’ terwijl dat godverdomme op de pagina ernaast stond. Het ontging mij volledig. Het jaar erna kregen we tijdens de introductieweek opdrachten. Ik was alleen maar aan het spelen en was me nergens echt bewust van. De les die ik toen kreeg reet mijn ziel volledig open. Misschien maak ik geen deel uit van het controleerbare, het verwachte, het wetmatige. 

Eigenlijk heb ik alleen maar pijnlijke herinneringen aan die periode. Het is ook het enige waar ik nooit fatsoenlijk over heb kunnen schrijven, wat volgens mij ook te maken kan hebben met het feit dat het niemand echt boeit. Ik viel er sowieso buiten, maargoed, ik was dan ook te goed voor die idioten. Desalniettemin kwam ik hier uit, en hier was het wat huiswerk e.d. hetzelfde verhaal, hetzij minder repetitief. Ik heb één keer serieus meegedaan met college. Eén keer. Bij Wim van Meurs. Ik had zelfs een stropdas om gedaan, had een stapel Stalin-boeken uit mijn privé-collectie meegenomen, en kreeg pardoes een 7,5 (voor het referaat dan, want het tentamen werd een genadezaak) en hij vond het leuk! “Je kunt het wel als er wat druk achter staat.” Ik heb altijd een haat(liefde)verhouding met de stof gehad. Ja, waarde docenten, ik vind de geschiedenis van Joegoslavië interessant, en de geschiedenis van de Europese eenwording ook. Ik kan zelfs wat met gender, en de geschiedenis van het Neerlandsch parlement. Het belangrijkste effect van al die vakken en docenten is dat ik erdoor ben verdiept (en wat cynischer door ben geworden). Dat geldt misschien zelfs voor GNK, maar dat mag van mijn part in elkaar geslagen worden. 

Ik had geen geschiedenis gestudeerd als het me niks had geboeid, maar wat heb ik afgezien. Colleges zijn niks voor mij. De serieusheid ervan is niks voor mij. Werkcolleges, daar wil ik NOOIT meer heen. Discussies voeren over dingen die ik niet belangrijk vind, vind ik niet belangrijk, en zeker niet als een stel mongolen dat wel vindt. Dan luister ik liever naar Wim, of naar Inger Leemans, wiens geboorte-ambtenaar de typfout van de extra ‘r’ moet hebben laten staan. Hoorcolleges waren soms te doen. Vooral van Rietbergen. Ik heb me doodgelachen. Het waren doorgaans bekwame mensen die meer wisten dan ik, en waarbij de luxe bestond om niet te komen. Een luxe die moet blijven, net als stomdronken bij werkcolleges zijn, vrijdagochtend kwart voor negen. Hij had me er zo hard uit kunnen trappen! Hij deed het niet. Ook daarom heb ik meerdere stukken tekst aan Hem gewijd, maar niet aan Heer Vossen, die mij en een vriend in elkaar wilde slaan, omdat Hij doodvroor.               

Het was me ook een partij wennen. Huilen deed ik. Heimwee had ik. Ik mocht niet meedoen met het tentamen Oudheid, omdat “...de docentengroep, die het blok Oudheid in de propedeuse Geschiedenis verzorgt, heeft vastgesteld dat je niet of niet volledig hebt voldaan aan de eisen die binnen het blok Oudheid aan deelnemende studenten gesteld worden.” Een aantal maanden laten kwam daar het studie-advies van Mevrouw de Kleijn.. ‘Beraad u.’  

Mijn master-gemiddelde is 7,65, mijn bachelorscriptie was een prima stuk werk, en mijn masterscriptie wordt van hetzelfde allooi. Gerda, ik mag u graag, en kan niet vergeten dat u me persoonlijk wakker heeft heeft gebeld om te vragen of alles goed met me ging toen u dacht dat ik zelfmoord wilde plegen, en ik denk dat u dit wel kunt waarderen, en ik denk dat ook u het beste voor mij wilde, maar dat het volgende eigenlijk voor iedereen geldt die wil dat adviezen binden worden, maar vooral voor iedereen geldt die mij op wat voor vervelende pseudo-intellectueel verantwoorde manier dan ook heeft weggezet:  

In. Your. Face.

   
         

 

   

     
   

2010 - Erik Cleijne